Tijd om eens een weekje uitgebreider stil te staan bij momenten die anders zo hup voorbij zijn…

Weekend | Rugby

Om half 5 pak ik mijn tas en loop in Yvette’s achtergelaten half lange broek, een t-shirt en gympen de deur uit, op weg naar het nieuwste initiatief om onze conditie op peil te houden: rugby. Na een dag luiigheid geen verkeerd idee. Het is 20 minuten lopen naar het ‘grasveld’ naast de landingsplaats van de helikopter. Een tiental jongens met katapulten hangt rond en kijkt verbaasd als een 7-tal blanken (kawadja’s) zich verzamelen op hun hangplek. Ieder van ons heeft zich van de bank moeten hijsen: uit een dutje of halverwege een film. Sophie legt kort uit hoe het werkt, het is voor de helft van ons de eerste keer dat we überhaupt ooit een rugby bal hebben vastgehouden. potje rugbyBelangrijkste regel: niet duwen, tackelen of om elkaars keel hangen, ‘gewoon’ aanraken is genoeg. Het zal mij benieuwen hoe dat werkt in het heetst van de strijd. Na wat warming up spelen we 3 tegen 3 een potje. De jongens aan de kant zijn hun eerste verbazing nu voorbij en lachen ons vooruit uit. En niet zo gek want het ziet er belachelijk uit, we rennen ons een ongeluk en vloeken bij ieder bal. Ik in ieder geval. Iedere bal die niet in de richting gaat die ik wil, die ik niet vang, iedere ‘tik’ die ik krijg. Zie je me op de foto voor de troepen uit rennen terwijl je alleen naar achteren mag gooien… Na 20 minuten hangen we uitgeput op de autokap van de UN jeep. Voor het eerst in mijn tijd hier zweet ik me een ongeluk en eens niet van slechts op een plastic stoeltje zitten. Ik vind het heerlijk!

Na een uur effectief spelen strompelen we, meer dan dat we lopen, naar huis. Ik voel mijn heup en mijn rug, ik heb minstens 6 blauwe plekken en vrees dat ik morgen mijn armen niet meer op kan tillen. Eenmaal thuis zie ik rook boven de douche uit cirkelen, dat betekent warm water. Ik sla mijn handdoek en schone kleren om mijn nek en pak de zeep. Niet de spons vergeten want zonder komt het stof en de deet niet van me af. Ik loop de 25 meter naar de buitendouche: het begint te schemeren en het geluid van krekels vult de lucht. Ik hang mijn kleren aan de spijkertjes en zie in de spiegel pas hoe knalrood ik ben. Ik zucht als het straaltje water van boven op mij neerdaalt.

Maandag | Tijd

Even na 2 uur loop ik van huis terug naar kantoor. Met mijn rugzak waarin mijn computer en een regenjas wandel ik langs de weg waar voorheen lege grasstroken nu zijn beplant met mais en zoete aardappel. Regen = eten en inkomen en leven. Binnen 10 minuten loop ik de compound van CEDED op, het is rustig. Achter het hoofdgebouw zit Dara, mijn collega, onder de mango boom op een plastic stoeltje in een poging internet te vangen. ‘Marghab’, zegt hij, welkom. Ik schud zijn hand en pak ook een stoeltje. Dara tijdens de Democracy busMet onze computers op schoot werken we wat. Als de wolken zich samen pakken speculeren we of het gaat regenen of niet. En voor we het weten vallen we van het ene gesprek in het andere. Dit zijn de middagen waar ik zo enorm van geniet. Praten met Dara. Als ik wat naar de lucht staar vraagt hij waar ik aan denk. Ik deel met hem dat ik besloten heb om mijn tijd in Zuid Sudan in te korten en over ongeveer een maand terug naar Nederland te gaan. Ik had verwacht dat Eric, de directeur, het al met hem had gedeeld. Soms gaan dingen in een lopend vuurtje rond en soms weet niemand niets. Na al die maanden weet ik nog niet hoe het werkt. Ik zie dat hij verrast is, zich afvraagt of hij zich heeft vergist (het was toch 2 jaar?). En ik zie aan hem dat hij het jammer vindt. Hij vraagt waarom. Een makkelijke vraag, geen eenvoudig antwoord. De relatie tussen werk, het leven hier en wie ik ben zijn zo verbonden in deze keuze. Ik merk dat ik het lastig uitleggen vind, niet alleen aan hem. Dat wat ik ook deel het altijd een soort van tekort schiet. Het is een van de aspecten van naar huis gaan waar ik tegenop kijk, naast vertellen en proberen toe te lichten en uit te leggen hoe het leven hier is (geweest) voor mij. En dat dan na een of twee gesprekken iedereen’s leven gewoon doorgaat en ik dat (nog) niet kan of weet hoe. Ik herinner me dat ik na mijn 3 maanden in Azië wel eens dacht: er zijn zoveel boeken over op reis gaan maar geen boeken over terug komen en je draai weer vinden. Wat me deze keer helpt is dat hier meer tot me door is gedrongen dat erover nadenken, echt peinzen tot hoofdpijn aan toe, niet zo veel brengt. En dat het zetten van de stap en dan maar zien best een goede weg voorwaarts is.

Anyway, ons gesprek gaat van mijn keuze naar luisteren naar je hart, vertrouwen op wat komt, op wat we waarderen in elkaar. Kortom, we hadden een prachtig gesprek samen en ondanks dat we in compleet andere werelden leven is het bijzonder en mogelijk om momenten dichtbij elkaar te zijn.

Dinsdag 27 | Samenwerken

Het is broeierig in mijn kamer, de zon is langzaam aan het dalen en schijnt nu door mijn ramen (eerder kozijnen zonder ramen) aan de voorkant. Nog even en dan vangt mijn kristalletje het licht en verschijnt er een regenboog aan kleuren door de kamer. voorbereiden Op de grond voor me staat mijn computer en liggen de flip-over vellen. Een paar slechte markerpennen, uit Uganda net als de vellen, in de hand. Vanmiddag staat in het teken van de voorbereiding van de drie daagse bijeenkomst met de 6 partner organisaties die samen een voorstel voor de EU gaan indienen. Het is, met uitzondering van een van de partners, voor allemaal de eerste keer. En de EU staat erom bekend veel te vragen van de indieners. Daarnaast is dit consortium ook nieuw. Partners hebben wel in kleinere samenstellingen samen gewerkt maar niet iedereen kent elkaar. Allemaal zijn ze afhankelijk van het binnen halen van fondsen en het werk wat ze doen raakt elkaar. Concurrenten zijn ze dus. Maar samenwerken en partnerships vormen lijkt de enige weg in Zuid Sudan om te overleven: om middelen te bundelen, om krachtig campagne te voeren en op te komen voor het volk.

En dus: samen. samen aan de slagIk weet niet meer hoe ik erin ben gerold maar ik ben trekker, duwer, facilitator, verbinder en schrijver van het concept voorstel geworden. Niet dat ik weet hoe een EU voorstel geschreven moet worden maar vooruit, ik doe mijn best en met een positief resultaat. Nu we wonder boven wonder door de eerste ronde zijn gekomen (ik had een week vakantie nodig om bij te komen) veel ideeenmet ons concept voorstel is het nu tijd voor het echte werk. Ik heb me, ondanks dat ik inmiddels weet dat niets gaat als gepland, wat dingen voorgenomen: niet meer zelf schrijven, meer coördineren, meer mensen in hun kracht zetten en steunen, meer aandacht op het bouwen van partnership. We zijn nu 2 weken onderweg en er is nog weinig van terecht gekomen. lunch natuurlijkHet geld en perspectief lonkt maar mensen kijken liever naar elkaar (luiigheid en omdat het nieuw is), lezen geen stukken (downloaden is een drama en geld voor printen is er niet), zijn voortdurend afwezig (studie vooral), communiceren niet (niet eens later, gewoon niet), komen afspraken niet na (nooit na). Probeer dan maar eens geen hoofdpijn te krijgen, streng, gefrustreerd en niet aardig te zijn. Maar, en dat gaat steeds makkelijker en beter, los te laten, opnieuw te verbinden en het anders aan te pakken. De partners leren mij en mijn manier van werken kennen en ik kan me beter in hun verplaatsen. Langzaam maken we samen stappen en groeit het vertrouwen.

Documenten sturen is tijdrovend en downloaden een drama. En meestal hebben de organisaties toch geen geld om te printen. En dus ga ik back to basic en zit op mijn knieën de agenda, doelstellingen, verwachtingen en zo meer op een flip-over te schrijven. Er is veel te doen deze dagen, de grootste slag gaan we nu maken en ik heb er zin in. Ik voel dat het voorstel een succes wordt.

Donderdag | Beestjes

Wel GVD denk ik als ik ’s ochtends in mijn joggingbroek en hemdje op het toilet buiten zit: muggenbulten. Op mijn onderbenen, overal. Voor de sport begin ik met tellen maar houd moedeloos op bij 16. Toch een mug in mijn net? Ik had toch goed gekeken? Zoals Yvette regelmatig zei, hoe vermoeid en energieloos ik ook kon zijn, er was niets van te merken bij het zien van een mug. En het is waar, ik grijp iedere kans om ze te killen aan, geen groter genoegen dan er weer een paar pletten tussen mijn muggennet en de muur tussen 4 en 5 uur ‘s nachts. En zwarte vlekjes tellen de volgende morgen.

Muggenbulten dus. Vreemd genoeg kriebelen ze de hele dag niet. En dat is vreemd want de eerste drie dagen is de kriebel soms overweldigend, geholpen door de warme en zweterige temperaturen en de lange broeken die ik draag naar het werk. Een ander beestje dan waarschijnlijk. Iets wat tussen mijn lakens zat en onderweg naar buiten een spoor van beten heeft achter gelaten. Niet de eerste keer, hopelijk wel de laatste. Ik ben al door van alles vaags gebeten hier, waaronder mieren en spinnen. Die laatste beten lieten littekens na en waren na 3 maanden pas weg. De eerste maanden schrok ik me om de haverklap kapot. Soms zijn de beestjes zo klein dat je wel wat op je huid voelt maar ze niet ziet. En dat ligt niet aan mij, ik ben niet gek, er zijn meer mensen hier die dat voelen! In huis zitten standaard mieren, grote en kleine spinnen (niet allemaal even lief dus en een in het bijzonder heeft me de achterkant van mijn Iphone gekost – hij is nu dood, de spin dan), hagedisjes (op het moment een paar hele lieve kleine, ze laten wel poep achternaaktslak en best groot ook), een muis (slapeloze nachten van zijn gespook maar wonderbaarlijk genoeg nu weer verdwenen), sprinkhanen (een ware uitdaging om te vangen en over een paar weken als de plaag komt is het binnen zwart heb ik gehoord). Ik heb al kleine kikkertjes weggejaagd, af en toe een tor, een duizendpoot, witte mieren (die komen op het licht af en duizendpootverliezen dan ’s nachts hun vleugels en gaan dood. De locals frituren ze dan, ziet er zeer onsmakelijk uit), grote naaktslakken en grote zoemende steek beesten. Ik herinner me onze training in Juba toen we in november aankwamen: tip 4: sla geen beestjes dood op je arm maar veeg ze eraf, er zijn een paar heel pijnlijk en vervelende stekers bij. Niet in huis maar wel memorabel was de oog-in-oog met een groene slang bij Cecilia voor de deur. Was even schrikken omdat er hier een paar gevaarlijke soorten zijn maar het viel mee. Cecilia’s hartslag was 10x sneller dan die van mij bij de gedachte dat hij zomaar haar huis in had kunnen komen en dus zaten we om 12 uur allebei aan een glas wijn en een sigaret. Het was een top dag.

Beestjes dus. Wat rustig zal het straks in NL weer zijn. Heerlijk.

Yei | Momenten